Welk draagsystemen zijn er?

Er zijn heel wat dragers te vinden op de markt. Hieronder vind je de meest voorkomende.

Ergonomische draagsystemen

SoftStructure Carrier (SSC)
Een SSC is een drager die je aandoet en vastmaakt met gespen, meestal vrij makkelijk af te stellen en snel om te doen. Ze hebben een breed rugpand waardoor je baby met zijn/haar beentjes gespreid zit en van knie tot knie ondersteund wordt.
Een nadeel is dat dit soort dragers maar een beperkte tijd meegaat. Er zijn er (bijna) geen te vinden die je kan gebruiken van newborn tot 2-jarige, aangezien het rugpand bij een baby veel smaller moet zijn dan bij een peuter. De meeste standaard dragers zijn geschikt vanaf kledingmaat 68 tot 80/86 (sommigen zelfs tot broekmaat 92). Bij sommige merken vind je ook een baby-insert voor de allerkleinsten of een grotere ‘opvolger’ van hun drager die vaak geschikt is vanaf maat 86.
Met de meeste SSC’s kan je zowel op de buik als op de rug dragen, met sommige ook op de heup.
Voorbeelden: Ergobaby, Manduca, Tula, Boba, Rose&Rebellion, ….

(foto: Ergobaby)

Mei-Tai
Een mei-tai is eigenlijk een rechthoekige (soms zandlopervormige) lap stof met vier stoffen linten eraan. Twee korte die je om je middel knoopt en twee lange die je over je schouders doet, kruist op de rug en vooraan knoopt. Me-Tai heeft hetzelfde nadeel als een SSC omdat het rugpand een bepaalde breedte heeft. Sommige merken maken wel mei-tai’s waarvan je het rugpand kan verstellen in de breedte en/of in de hoogte, zodat je de drager langer kan gebruiken.
Voorbeelden: Hop-tye, BB-tai, Evolubulle, Mister Mirko, Amazonas, ….

(foto: amazonas)

Draagdoeken

Rekbare draagdoek
Een rekbare of tricot draagdoek is ideaal voor de allerkleinsten. Je kan hem helemaal voorknopen en dan pas je kindje erin zetten, ideaal dus voor uitstapjes met een kleine baby. Een nadeel is dat dit soort doeken meestal vrij warm is omdat je drie lagen stof nodig hebt over je baby. Ook zijn ze niet héél lang bruikbaar omdat je kindje door de ‘rek’ in de doek sneller zwaar gaat aanvoelen.
Voorbeelden: Tricot Slen, ByKay, VIP carrier, Boba Wrap, ….

(foto: Boba Wrap)

Geweven draagdoek
Geweven doeken zijn er in alle soorten en maten. Ze worden gemaakt van katoen, linnen, hennep, bamboe, zijde, wol of een mengeling van deze soorten textiel die allemaal hun voor- en nadelen hebben. Draagdoeken worden gemaakt van maat 1 tot maat 7 (soms zelfs 8). Maat 1 is een lap stof van 2,2 m en maat 7 is 5,2 m. Welke maat je nodig hebt is afhankelijk van je eigen gestalte, de grootte van je kindjes en welke knopen je graag wil doen. Een standaard maat is maat 6, daarmee kan je tot kledingmaat 44/46 de meeste standaard knopen doen.
Voordeel van een draagdoek is dat hij altijd je kindje netjes ondersteund van knie tot knie, ongeacht hoe oud je kindje is. Je kan er mee buik-rug-en heupdragen met een variatie aan verschillende knopen, allemaal met hun eigen eigenschappen.
Voorbeelden: Little Frog, Keppeke, Didymos, Oscha, Natibaby, LennyLamb, Diva Milano, BB-slen, Kokadi, …

(foto: Oscha)

Ringsling
Een ringsling is een lap stof (meestal draagdoekenstof) met aan 1 kant twee metalen ringen. Hiermee kan je ook buik- heup- en rugdragen, maar meestal wordt hij gebruikt om je kindje op je heup te dragen.
Voordeel is dat je je kindje snel in en uit de ringsling kan halen eens je de techniek onder de knie hebt. Nadeel is dat je op 1 schouder draagt en het dus minder geschikt is voor lange wandelingen.
Voorbeelden: De meeste merken van geweven draagdoeken maken ook ringslings.

(foto: ByKay)

Overige
Verder zijn er nog een heleboel dragers die schommelen tussen een mei-tai en een SSC. Bijvoorbeeld een heupband met een gesp of velcro, en schouderbanden die je moet knopen.
Voorbeelden: Storchenwiege babycarrier, Marsupi, Bondolino, …
Dan is er nog de scootababy, een soort kruising tussen ringsling en SSC, en de emeibaby, een kruising tussen een geweven doek en een SSC, waardoor deze laatste al vroeger past en langer meegaat dan de gemiddelde drager.